Skip to main content
Insight

Legal Entities Management and Supervision Act: effective date of some changes postponed

Jan Schouten
08/07/2021

Locations

Netherlands, United Kingdom

On 1 July 2021, the Legal Entities Management and Supervision Act (LEMSA) entered into force. In our brochure (Wet_bestuur_en_toezicht_rechtspersonen_oe5wdv.pdf (cloudinary.com)) we explained the most important changes resulting from the LEMSA for associations, cooperatives, mutual societies or foundations and made some recommendations.

However, a decision confirming the effective date of the LEMSA by the Minister of Justice and Security as published on 18 June 2021 shows that some changes to the LEMSA will not enter into force until a later date.

First of all, the introduction of the one-tier governance model, in which the management board consists of executive directors and non-executive directors, for associations, cooperatives, mutual associations and foundations is postponed to a later date; this date shall be fixed by royal decree. The reason for this is that technically it is currently not possible for these entities to register with the trade register whether a director is an executive director or a non-executive director. Associations, cooperatives, mutual societies and foundations that already apply any form of one-tier governance model may continue to do so; if such legal entities consider a one-tier governance model, they should preferably defer implementation until this later effective date.

The second statutory provision, which has been deferred to a later date, concerns the mandatory statutory provision for a public limited liability company (N.V.) of an absence or inability regulation for supervisory directors. The new article 2:142 paragraph 4 of the Dutch Civil Code provides that a N.V. must insert a provision in its articles of association that provides for the provisional exercise of the duties and powers of the supervisory board in the event of the absence or inability of all supervisory directors. Because inadvertently a transitional arrangement is missing that provides that this provision must only be laid down in the articles of association at the next amendment to the articles of association, this mandatory obligation will only become effective on the date on which that transitional provision comes into effect. Of course, public limited liability companies are permitted to include such a provision regulation already in their articles of association.



Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen: inwerkingtreding van enkele wijzigingen uitgesteld

Op 1 juli 2021 is de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR) in werking getreden. In onze brochure (Wet_bestuur_en_toezicht_rechtspersonen_oe5wdv.pdf (cloudinary.com)) lichten wij de belangrijkste wijzigingen als gevolg van de WBTR voor verenigingen, coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen of stichtingen toe en doen wij enkele aanbevelingen.

Uit een op 18 juni 2021 gepubliceerd inwerkingtredingsbesluit van de Minister van Justitie en Veiligheid blijkt echter dat enkele wijzigingen van de WBTR pas op een later tijdstip in werking zullen treden.

Allereerst wordt de introductie van het monistisch bestuursmodel, waarbij het bestuur bestaat uit uitvoerende en niet-uitvoerende bestuurders, voor verenigingen, coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen en stichtingen uitgesteld tot een latere datum; deze datum wordt bij koninklijk besluit vastgesteld. Reden hiervan is dat op dit moment het technisch nog niet mogelijk is om in het handelsregister aan te geven voor deze entiteiten of een bestuurder en uitvoerende of niet uitvoerende bestuurder is. Verenigingen, coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen en stichtingen die al een monistisch bestuursmodel toepassen mogen dit blijven doen; indien dergelijke rechtspersonen een monistisch bestuursmodel overwegen, stellen zij implementatie daarvan bij voorkeur uit tot deze latere datum van inwerkingtreding.

De tweede wettelijke regeling die is uitgesteld tot een latere datum betreft de verplichte statutaire bepaling bij de naamloze vennootschap van een ontstentenis- of beletregeling voor commissarissen. Het nieuwe artikel 2:142 lid 4 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat een statutaire regeling verplicht is die voorziet in de voorlopige uitoefening van de taken en bevoegdheden van de raad van commissarissen in geval van ontstentenis of belet van alle commissarissen. Omdat abusievelijk een overgangsregeling ontbreekt die regelt dat deze bepaling pas bij de eerstvolgende statutenwijziging moet worden vastgelegd in de statuten, wordt deze nieuwe wettelijke verplichting pas van kracht per de datum waarop die overgangsbepaling in werking treedt. Uiteraard is het naamloze vennootschappen toegestaan een dergelijke regeling nu reeds in hun statuten op te nemen.
 

Sign up to our email digest

Click to subscribe or manage your email preferences.

SUBSCRIBE

Areas of Expertise

Corporate